top of page

Verlieslatende paardenfokkerij: beroepsverliezen fiscaal aftrekbaar of niet?

  • 3 dagen geleden
  • 5 minuten om te lezen

In het kort 

De Rechtbank van Eerste Aanleg van Leuven oordeelde op 6 maart 2026 dat een paardenfokkerij gecombineerd met paardenhandel en graanverkoop voor de aanslagjaren 2019, 2020 en 2021 géén bewezen beroepsactiviteit uitmaakte. Bij gebrek aan beroepsactiviteit konden de geclaimde beroepskosten en -verliezen niet worden afgetrokken. Wel werd de opgelegde belastingverhoging van 10% kwijtgescholden, omdat het een eerste overtreding betrof die vermoed werd te goeder trouw te zijn begaan. Bron: Rb. Leuven (eerste aanleg), 6 maart 2026.

1. Feiten van de zaak

De belastingplichtigen oefenden gedurende meer dan dertig jaar activiteiten uit in de paardensector. De kern van de betwiste activiteiten bestond uit paardenhandel en paardenfokkerij. Daarnaast werden ook granen verkocht, zij het slechts in bijkomende orde.

Voor de aanslagjaren 2019, 2020 en 2021 gaven zij beroepskosten en -verliezen aan die zij wilden aftrekken van hun belastbaar inkomen op grond van artikel 49 WIB92.

De fiscale administratie weigerde de aftrek omdat de belastingplichtigen niet konden aantonen dat de paardenhandel en fokactiviteiten een beroepsactiviteit vormden. Bij gebrek aan een bewezen beroepsactiviteit konden de hieruit voortvloeiende uitgaven en verliezen niet als beroepskosten of beroepsverliezen worden aangemerkt. De administratie herleidde daarom zowel de aangegeven beroepsinkomsten als de beroepskosten en beroepsverliezen tot nul. Daarnaast werd een belastingverhoging van 10% opgelegd.

2. Het standpunt van de administratie

De administratie was van oordeel dat de paardenhandel en fokactiviteiten van de belastingplichtigen geen beroepsactiviteit uitmaakten, aangezien zij niet daadwerkelijk gericht waren op het realiseren van winst of het verkrijgen van belastbare inkomsten. De uit deze activiteiten voortvloeiende verliezen konden daarom niet als beroepsverliezen in aanmerking worden genomen.

De herleiding tot nul de beroepskosten en -verliezen beschouwde de administratie als een logisch gevolg van haar standpunt. Het gaat immers niet om een willekeurige aanslag: wie geen beroepsactiviteit uitoefent, heeft ook geen recht op aftrek van beroepskosten of -verliezen.

3. Het standpunt van de belastingplichtigen

De belastingplichtigen voerden aan dat hun activiteiten wél voldeden aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92. Zij beschouwden de paardenhandel, de paardenfokkerij en de graanverkoop als een geheel van beroepsactiviteiten.

Ter ondersteuning van hun standpunt verwezen zij onder meer naar een arrest van het hof van beroep van Brussel van 20 januari 2010, waarbij hun activiteiten destijds wél als economische activiteit werden aangemerkt.

4. Hoe oordeelde de rechtbank?

4.1. Het begrip "beroepsactiviteit"

De rechtbank herinnerde eraan dat voor de erkenning van een beroepsactiviteit vereist is dat er sprake is van een geheel van verrichtingen die:

  • voldoende frequent voorkomen;

  • onderling met elkaar verbonden zijn;

  • een doorlopend en gewoonlijk karakter hebben, ook al is de activiteit bijkomstig;

  • en die niet bestaan in het normale beheer van een privévermogen.

Louter beschikken over infrastructuur (stallen, uitrusting, weilanden, enz.) volstaat niet om een beroepsactiviteit aan te tonen. Belangrijker is wat men met die infrastructuur doet. De aanwezige infrastructuur kan immers inherent noodzakelijk zijn voor wie op verantwoorde wijze meerdere paarden wenst te houden als privépersoon.

4.2. Onvoldoende bewijs

De belastingplichtigen brachten geen enkel bewijsstuk bij ter ondersteuning van hun bewering dat er sprake was van een beroepsmatig georganiseerde activiteit. Zo werd onder meer niet aangetoond dat:

  • de merries werden geïnsemineerd bij een gespecialiseerde dierenarts die de dracht opvolgde;

  • de merries regelmatig werden gevaccineerd;

  • de activiteiten een aantoonbaar winstoogmerk hadden.

4.3. Dertig jaar structurele verliezen

Een bijzonder zwaarwegend element in dit dossier was de duur van de verliezen. Zelfs indien de belastingplichtigen aanvankelijk de bedoeling hadden om winst te genereren, kan men na ruim dertig jaar aan structurele en aanzienlijke verliezen bezwaarlijk nog volhouden dat de activiteit op winstoogmerk is gericht.

De rechtbank oordeelde dan ook dat de belastingplichtigen in hun aanvankelijke opzet niet zijn geslaagd.

4.4. Het arrest van het hof van beroep van Brussel (2010)

De verwijzing naar het arrest van het hof van beroep van Brussel van 20 januari 2010 overtuigde de rechtbank evenmin. Dat de activiteiten destijds – mogelijk nog in een opstartfase – als economisch konden worden beschouwd, houdt niet automatisch in dat zij jaren later, na aanhoudende verliezen, nog steeds als beroepsactiviteit worden gekwalificeerd.

5. De belastingverhoging van 10%

Naast de discussie over de beroepsactiviteit, behandelde de rechtbank ook de opgelegde belastingverhoging van 10%.

De rechtbank paste daarbij de meest gunstige versie van artikel 444 WIB92 toe (het zgn. mildere strafwetprincipe). Op grond van de huidige redactie van artikel 444, vierde lid WIB92 wordt een eerste overtreding vermoed te goeder trouw te zijn begaan, tenzij het tegenbewijs wordt geleverd.

Aangezien de administratie dit tegenbewijs niet leverde, diende de belastingverhoging van 10% te worden kwijtgescholden overeenkomstig artikel 444, derde lid WIB92.

Dit is een belangrijk aandachtspunt: ook al verloren de belastingplichtigen het geschil over de beroepsactiviteit, toch kregen zij op dit punt gelijk.

6. Wat zijn de belangrijkste lessen uit dit vonnis?

Dit vonnis bevat verschillende praktische lessen voor belastingplichtigen die verlieslatende activiteiten uitoefenen en deze fiscaal wensen te valoriseren.

Bewijs is cruciaal. Wie een beroepsactiviteit claimt, moet dit kunnen aantonen met concrete bewijsstukken: contracten, facturen, dierenartsenverslagen, teeltregisters, verkoopbewijzen, enzovoort. Louter beschikken over infrastructuur volstaat niet.

Aanhoudende verliezen ondermijnen het winstoogmerk. Na dertig jaar structurele verliezen is het uiterst moeilijk om de fiscus en de rechter te overtuigen dat een activiteit nog steeds op winstoogmerk is gericht. Wie in een dergelijke situatie zit, doet er goed aan tijdig de balans op te maken.

Een vroeger positief oordeel biedt geen eeuwigdurende bescherming. Het feit dat een activiteit vroeger als economisch of beroepsmatig werd gekwalificeerd, betekent niet dat dit ook geldt voor alle latere aanslagjaren. De beoordeling gebeurt telkens opnieuw op basis van de concrete feiten van dat moment.

De belastingverhoging kan bij een eerste overtreding worden kwijtgescholden. Belastingplichtigen die voor het eerst met een dergelijke correctie worden geconfronteerd, genieten onder de huidige versie van artikel 444 WIB92 van een vermoeden van goede trouw. Dit kan leiden tot de kwijtschelding van de belastingverhoging, ook al wordt de aanslag zelf bevestigd.

7. Besluit

Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Leuven van 6 maart 2026 bevestigt dat het fiscaal kwalificeren van verlieslatende activiteiten als beroepsactiviteit een zware bewijslast met zich meebrengt. Infrastructuur alleen volstaat niet, en decennialange verliezen wegen zwaar door in de beoordeling van het winstoogmerk.

Het vonnis illustreert tevens een problematiek die in de praktijk regelmatig voorkomt. Paardensport en paardenfokkerij worden niet zelden ondergebracht in een vennootschap, waarbij de gemaakte kosten en eventuele verliezen worden verrekend met andere winstgevende activiteiten binnen dezelfde onderneming. Op zich is dit perfect mogelijk en fiscaal aanvaardbaar, op voorwaarde dat de activiteit op een correcte wijze wordt gestructureerd en er daadwerkelijk sprake is van een beroepsactiviteit met een reëel winststreven. Wanneer de activiteit in werkelijkheid hoofdzakelijk een privé of hobbykarakter heeft, zal de fiscale administratie deze kwalificatie kunnen betwisten.

Wie actief is in een sector zoals de paardenfokkerij of andere agrarische activiteiten, en twijfelt over de fiscale kwalificatie van zijn activiteiten, doet er goed aan tijdig professioneel advies in te winnen.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page