Schenken en erven van kunst en antiek in België (2026)
- 3 dagen geleden
- 11 minuten om te lezen
Kunst en antiek zijn vandaag in bijna elk huishouden aanwezig, gaande van schilderijen en beelden tot designstukken, antiek meubilair en verzamelobjecten. In veel gevallen gaat het bovendien om goederen die in de loop der jaren, vaak een aanzienlijke waarde hebben opgebouwd en dus een wezenlijk onderdeel vormen van het vermogen. Niet zelden loopt die waarde op zonder dat men zich daarvan bewust is, bijvoorbeeld wanneer een werk dat al decennialang in de familie aanwezig is, zoals een schilderij dat bij de grootmoeder hangt, intussen een substantiële marktwaarde heeft gekregen.
Net om die reden kijkt de fiscus hier steeds nadrukkelijker naar, in het bijzonder wanneer kunst of antiek wordt geschonken of vererft. In de praktijk stellen wij vast dat het aantal discussies met de administratie rond deze goederen duidelijk toeneemt, vooral met betrekking tot de waardering en de fiscale behandeling ervan.
Het is dan ook aangewezen om de relevante regels en aandachtspunten helder uiteen te zetten, met bijzondere focus op de knelpunten die zich in de praktijk het vaakst voordoen.

We kunnen alvast meegeven dat kunst en antiek in het Belgische vermogensrecht geen afzonderlijke juridische plaats innemen en in beginsel worden behandeld als gewone roerende goederen.
Dat uitgangspunt betekent echter niet dat zich geen specifieke problemen stellen. In de praktijk zien wij terugkerende knelpunten, vooral op het vlak van waardering, liquiditeit en de vaak uiteenlopende (emotionele) voorkeuren van (klein)kinderen voor bepaalde stukken.
Bij omvangrijke collecties vertegenwoordigen deze goederen bovendien vaak een substantieel deel van het vermogen, waardoor zij een grote impact hebben op de vereffening-verdeling en de fiscale druk. De klassieke vragen rond reserve, inbreng en waardering worden daarbij versterkt door de moeilijk objectiveerbare marktwaarde en de beperkte verhandelbaarheid van kunstwerken.
In Vlaanderen komt daar nog een bijkomend, vaak onderschat element bij, namelijk de mogelijkheid om erfbelasting geheel of gedeeltelijk te voldoen via overdracht van cultuurgoederen in natura, zoals voorzien in artikel 3.4.3.0.2 Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Schenkbelasting en technieken van overdracht bij leven
Kunstwerken kunnen bij leven worden overgedragen via een handgift of via een notariële schenking. Een niet-geregistreerde schenking (zoals een handgift) blijft in beginsel vrij van schenkbelasting, maar is onderworpen aan een risicotermijn. Sinds 1 januari 2025 bedraagt deze zogenaamde “verdachte periode” in Vlaanderen vijf jaar, wat betekent dat alsnog erfbelasting verschuldigd is indien de schenker binnen die termijn overlijdt.
Een geregistreerde schenking daarentegen is onmiddellijk onderworpen aan schenkbelasting, maar valt buiten deze risicotermijn.
Hoewel deze techniek vaak als fiscaal aantrekkelijk wordt voorgesteld, blijkt zij in de praktijk risicovol bij waardevolle kunstcollecties, niet alleen omwille van de risicotermijn, maar ook wegens bewijsproblemen en discussies over de effectieve overdracht. Bovendien vereist een geldige handgift een reële onttrekking van het goed aan het vermogen van de schenker, wat moeilijk verenigbaar is met het behoud van het werk in de familiale woning.
Indien de schenker het gebruik van het kunstwerk wil behouden, is een notariële schenking met voorbehoud van vruchtgebruik aangewezen. In dat geval is schenkbelasting verschuldigd tegen de tarieven voor roerende goederen, zijnde in Vlaanderen en Brussel 3% in rechte lijn en tussen partners en 7% tussen anderen, en in Wallonië respectievelijk 3,3% en 5,5%.
Sinds de verplichting tot registratie van buitenlandse notariële akten van roerende schenkingen (artikel 19, 6° Wetboek Registratierechten) is het niet langer mogelijk om via een buitenlandse notaris aan Belgische schenkbelasting te ontsnappen. Deze regel geldt onverkort voor kunst en antiek.
Schenking beperkt door de wettelijke reserve
Aangaande het schenken en erven van kunst en antiek kunnen we alvast meegeven dat deze vallen onder het algemene erfrecht (Boek 4 Burgerlijk Wetboek). Dat betekent dat men deze goederen niet volledig vrij kan toebedelen aan één persoon, zelfs niet via schenking of testament.
Een belangrijk uitgangspunt is de reserve. Dit is het deel van het vermogen dat wettelijk voorbehouden is voor bepaalde erfgenamen, in het bijzonder de kinderen en de langstlevende echtgenoot (artikelen 4.142 e.v. BW). In essentie komt het erop neer dat bepaalde personen altijd recht hebben op een deel van de “koek”. In de volksmond wordt dit vaak samengevat met de stelling dat men zijn kinderen niet zomaar kan onterven. Concreet hebben de kinderen samen recht op de helft van het vermogen. Enkel over de andere helft, het zogenaamde beschikbaar deel, kan men vrij beschikken, bijvoorbeeld door bepaalde kunstwerken aan één kind toe te kennen.
Om te beoordelen of die reserve gerespecteerd is, wordt gewerkt met de fictieve massa (artikel 4.153 BW). Daarbij wordt niet alleen gekeken naar wat nog aanwezig is bij overlijden, maar ook naar wat tijdens het leven reeds werd geschonken. Kunstwerken die eerder aan een kind zijn gegeven, worden dus opnieuw mee in rekening gebracht.
Dat heeft belangrijke gevolgen. Schenkingen aan kinderen worden in principe beschouwd als een voorschot op hun erfdeel en moeten bij overlijden worden verrekend (inbreng, artikel 4.161 BW). Bovendien kan een schenking die de reserve aantast, achteraf nog worden gecorrigeerd (inkorting, artikel 4.169 BW), doorgaans via een financiële compensatie.
In de praktijk betekent dit dat men vaak niet vrij is om een volledige kunstcollectie of een waardevol kunstwerk aan één erfgenaam toe te kennen zonder rekening te houden met de rechten van de anderen. Dit speelt des te sterker wanneer één kunstwerk een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt, aangezien de waardering daarvan rechtstreeks doorwerkt in de onderlinge verdeling tussen erfgenamen.
Dit wordt concreet duidelijk aan de hand van een eenvoudig voorbeeld. Stel dat een ouder twee kinderen heeft, A en B, en tijdens zijn leven een schilderij schenkt aan kind A. Op het moment van de schenking bedraagt de waarde van dat schilderij 100.000 EUR. Bij het overlijden bevindt zich nog 200.000 EUR in de nalatenschap.
Om de verdeling te bepalen, wordt eerst de fictieve massa berekend: 200.000 EUR (nalatenschap) + 100.000 EUR (schenking) = 300.000 EUR. Elk kind heeft in principe recht op de helft, dus 150.000 EUR.
Omdat A reeds 100.000 EUR heeft ontvangen, wordt dit bedrag aangerekend op zijn erfdeel. A zal dus nog 50.000 EUR ontvangen uit de nalatenschap, terwijl B 150.000 EUR ontvangt. Het schilderij blijft bij A, maar de verdeling wordt financieel rechtgetrokken. Dit is een klassiek geval van inbreng in waarde.
Een stap verder gaat het wanneer de schenking te ver gaat en de reserve van de andere erfgenamen aantast. Stel bijvoorbeeld dat dezelfde ouder opnieuw twee kinderen heeft, A en B, maar nu een schilderij schenkt aan A met een waarde van 200.000 EUR. Bij overlijden blijft er nog slechts 100.000 EUR over in de nalatenschap.
De fictieve massa bedraagt opnieuw 300.000 EUR. De reserve van de kinderen samen bedraagt de helft, dus 150.000 EUR, of 75.000 EUR per kind. A heeft reeds 200.000 EUR ontvangen, terwijl B enkel kan terugvallen op de resterende 100.000 EUR.
In dat geval is de reserve van B geschonden. B heeft immers recht op minstens 75.000 EUR, maar zou zonder correctie minder krijgen. B kan dan inkorting vorderen. Dat leidt niet tot het teruggeven van het schilderij, maar wel tot een financiële correctie: A zal een deel van de waarde (50.000 EUR) moeten compenseren zodat B alsnog zijn minimumaandeel (de reserve) ontvangt.
In de praktijk vertaalt zich dit doorgaans in een opleg in geld. Net bij kunstwerken stelt zich daar vaak een probleem, omdat de begiftigde wel een waardevol werk bezit, maar niet noodzakelijk over voldoende liquiditeiten beschikt om die correctie te betalen, waardoor verkoop van (een deel van) de collectie zich opdringt.
Waardering van kunst: civielrechtelijke en fiscale dimensie
De waardering van kunst en antiek vormt het centrale spanningspunt in vrijwel elk dossier. Civielrechtelijk geldt als uitgangspunt dat schenkingen in volle eigendom worden gewaardeerd op het ogenblik van de schenking, met indexering tot het ogenblik van overlijden (artikel 4.161, §2 BW). Indien de schenking gebeurt met voorbehoud van vruchtgebruik, verschuift het referentiemoment naar de waarde op het ogenblik van overlijden. Vooral bij kunstwerken, waarvan de waarde sterk kan evolueren, kan dit tot aanzienlijke verschillen leiden.
Fiscaal wordt een andere benadering gehanteerd. Voor de schenkbelasting wordt uitgegaan van de marktwaarde op het ogenblik van de schenking, terwijl voor de erfbelasting de waarde op datum van overlijden bepalend is. In alle gewesten gebeurt de aangifte in principe op basis van de werkelijke marktwaarde, waarbij de administratie het recht heeft om de aangegeven waarde te betwisten.
De waardering van kunst en antiek is in de praktijk bijzonder moeilijk. Voor veel stukken bestaat geen duidelijke marktprijs, waardoor waarderingen sterk kunnen uiteenlopen. Wij stellen daarbij vast dat kunst in aangiftes soms zeer laag wordt gewaardeerd, en in bepaalde gevallen zelfs helemaal niet wordt opgenomen.
Daarnaast komt het voor dat kunstwerken bij een overlijden uit de woning verdwijnen zonder dat zij in de nalatenschap worden aangegeven, in de veronderstelling dat dit onder de radar blijft. Die redenering houdt in de praktijk zelden stand.
De fiscus kijkt immers steeds aandachtiger naar dergelijke dossiers en zal, zeker bij kunstwerken met een hogere waarde, actief onderzoek voeren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen, zoals verzekeringspolissen, aankoopdocumenten, veilingresultaten en andere sporen die kunstwerken nalaten. In dat kader worden aangegeven waardes kritisch getoetst en kunnen correcties volgen wanneer de administratie van oordeel is dat de opgegeven waarde niet overeenstemt met de werkelijke marktwaarde.
In de praktijk is een deskundige waardering quasi onontbeerlijk om discussies met de administratie te beperken, zeker bij unieke of moeilijk vergelijkbare werken.
Erfbelasting op kunst en het liquiditeitsprobleem
Bij overlijden maken kunstwerken en antiek integraal deel uit van het roerend vermogen van de nalatenschap en worden zij belast volgens de progressieve tarieven van de erfbelasting. In Vlaanderen lopen deze tarieven in rechte lijn op tot 27%, en in de zijlijn tot 55%.
In dossiers met omvangrijke kunstcollecties leidt dit vrijwel systematisch tot een liquiditeitsprobleem. Erfgenamen worden geconfronteerd met een aanzienlijke belastingdruk op activa die moeilijk snel te gelde kunnen worden gemaakt. In de praktijk resulteert dit vaak in gedwongen verkopen, soms onder tijdsdruk en tegen minder gunstige voorwaarden.
Deze realiteit wordt bevestigd door de vaststelling dat de fiscus in toenemende mate zicht heeft op kunstbezit, onder meer via verzekeringsgegevens, veilingen en andere sporen die kunstwerken nalaten. De idee dat kunst eenvoudig buiten het zicht van de administratie kan worden gehouden, is in de praktijk niet houdbaar.
Betaling van erfbelasting met cultuurgoederen in Vlaanderen
Tegen deze achtergrond krijgt het Vlaamse systeem van betaling van erfbelasting met cultuurgoederen een bijzondere relevantie. Artikel 3.4.3.0.2 VCF voorziet dat de verschuldigde erfbelasting geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan door overdracht van cultuurgoederen aan de Vlaamse Gemeenschap.
Het begrip cultuurgoederen wordt ruim ingevuld en omvat onder meer kunstwerken, antiek, archieven en andere objecten met een bijzondere culturele, historische of artistieke waarde. Doorslaggevend is niet louter de financiële waarde, maar de relevantie voor het cultureel patrimonium.
De procedure impliceert dat de erfgenamen in de aangifte van nalatenschap aangeven dat zij van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken. De aangeboden goederen worden vervolgens beoordeeld door de bevoegde instanties, waarbij zowel de culturele waarde als de financiële waardering centraal staan. Op basis van deze beoordeling beslist de Vlaamse overheid autonoom of zij de goederen aanvaardt en tegen welke waarde.
De vastgestelde waarde wordt verrekend met de verschuldigde erfbelasting. Indien de waarde lager is dan de belasting, blijft een saldo verschuldigd in geld. Indien zij hoger is, wordt het overschot in principe niet terugbetaald.
Het decreet van 10 maart 2023 heeft dit mechanisme verder uitgebreid en aantrekkelijker gemaakt, onder meer door het toepassingsgebied te verruimen en de mogelijkheid te voorzien om ook bepaalde interesten en toebehoren via cultuurgoederen te voldoen.
In tegenstelling tot wat soms in de media wordt gesuggereerd, betreft dit geen federale regeling waarbij een minister van Financiën beslist, maar een Vlaams fiscaal-cultureel mechanisme dat ingebed is in de Vlaamse Codex Fiscaliteit en de bijhorende administratieve procedures.
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest bestaat geen gelijkwaardig systeem, zodat erfbelasting daar in beginsel uitsluitend in geld moet worden voldaan.
Bij omvangrijke collecties loont het aldus om op voorhand te bepalen welke werken potentieel in aanmerking komen voor dit mechanisme.
Structurering en behoud van kunstcollecties
Naast de klassieke technieken van schenking en testament kan het samenhouden van een kunstcollectie worden georganiseerd via juridische structuren zoals een maatschap of een private stichting. In een maatschap worden de kunstwerken ingebracht in ruil voor aandelen, die vervolgens kunnen worden geschonken aan de volgende generatie. Dit laat toe om de controle te behouden en de collectie als geheel te beheren.
Een private stichting biedt een alternatief wanneer het doel bestaat in het duurzaam behoud van de collectie buiten de familiale sfeer. In dat geval wordt het vermogen definitief afgescheiden, maar kan de belastingdruk aanzienlijk lager liggen dan bij een klassieke vererving.
Ook in deze structuren blijven de algemene regels inzake erfbelasting en waardering van toepassing, met dien verstande dat de overdracht zich verplaatst van de kunstwerken zelf naar de aandelen of rechten in de structuur.
Praktijkervaring: kernproblemen bij kunst in nalatenschappen
In de praktijk stellen wij vast dat zich bij de overdracht van kunst en antiek doorgaans vier terugkerende problemen voordoen.
Een eerste en vaak doorslaggevend probleem betreft de waardering en de houding van de fiscus. Het komt regelmatig voor dat kunstwerken in de aangifte tegen een bepaalde waarde worden opgenomen, waarna de administratie deze waarde aanzienlijk naar boven herzien. Het verschil kan daarbij aanzienlijk zijn. Indien bijvoorbeeld een schilderij wordt aangegeven aan 50.000 EUR en de fiscus meent dat de werkelijke waarde 500.000 EUR bedraagt, leidt dit niet alleen tot bijkomende belasting, maar potentieel ook tot belastingverhogingen en boetes. Een correcte en onderbouwde waardering, bij voorkeur door een gespecialiseerde expert, is daarom essentieel om discussies te vermijden.
Een tweede probleem situeert zich op het vlak van liquiditeit. Erfgenamen hebben vaak de wens om kunstwerken binnen de familie te behouden, wat begrijpelijk is. Bij waardevolle stukken of omvangrijke collecties botst dit echter snel op de realiteit van de erfbelasting. Zonder voorafgaande planning ontstaat in veel gevallen een liquiditeitsprobleem, waardoor erfgenamen genoodzaakt zijn om (een deel van) de collectie te verkopen om de verschuldigde erfbelasting te kunnen voldoen. Een doordachte successieplanning is hier cruciaal om dergelijke gedwongen verkopen te vermijden.
Een derde probleem, dat fiscaal minder zichtbaar is maar in de praktijk vaak doorslaggevend, betreft familiale spanningen. Een overlijden gaat gepaard met emoties, en het is niet ongebruikelijk dat meerdere erfgenamen aanspraak maken op dezelfde kunstwerken. Waar voorheen geen discussie bestond, kunnen plots meerdere kinderen hetzelfde “lievelingsstuk” willen behouden. Voor dergelijke situaties bestaat zelden een eenvoudige oplossing. Het is daarom aangewezen om vooraf duidelijke afspraken te maken, bij voorkeur in het kader van een globale successieplanning. Structuren zoals een maatschap of een private stichting kunnen daarbij helpen om de collectie samen te houden en discussies te beperken.
Een vierde probleem doet zich voor bij schenkingen tijdens het leven. In de praktijk worden kunstwerken vaak verdeeld onder de kinderen zonder dat daar op dat moment problemen ontstaan. Pas later kan blijken dat bepaalde stukken aanzienlijk in waarde zijn gestegen ten opzichte van andere. Hoewel dit juridisch wordt opgevangen door de regels inzake inbreng en waardering, leidt dit in de praktijk toch regelmatig tot discussies en gevoelens van ongelijkheid. Ook hier is het aangewezen om bij de planning rekening te houden met mogelijke waardeschommelingen en, waar nodig, afspraken te maken om toekomstige conflicten te vermijden.
Het Vlaamse systeem van betaling van erfbelasting met cultuurgoederen kan in bepaalde gevallen een oplossing bieden voor het liquiditeitsprobleem, maar vereist een tijdige en doordachte integratie in de vermogensplanning.
Conclusie aangaande schenken en erven van kunst en antiek
Kunst en antiek worden juridisch behandeld als gewone roerende goederen, maar creëren in de praktijk een complex spanningsveld tussen erfrecht, fiscaliteit en economische realiteit. De waardering, de impact op de reserve en de liquiditeitsdruk bij erfbelasting vormen daarbij de kernuitdagingen.
Het Vlaamse mechanisme van betaling van erfbelasting met cultuurgoederen, zoals verankerd in artikel 3.4.3.0.2 VCF en versterkt door het decreet van 10 maart 2023, biedt een unieke en strategisch relevante oplossing voor deze problematiek. In dossiers met omvangrijke kunstcollecties is het geen uitzonderingsregeling, maar een essentieel instrument dat van bij de planning moet worden meegenomen.
In de praktijk blijkt bovendien dat tijdige successieplanning bij kunst en antiek geen luxe is, maar quasi noodzakelijk. Enerzijds laat dit toe om de fiscale druk te optimaliseren en discussies met de fiscus te beperken. Anderzijds kan men vermijden dat kunstwerken onder tijdsdruk moeten worden verkocht om de erfbelasting te voldoen. Tot slot biedt een doordachte planning de mogelijkheid om familiale conflicten te voorkomen, onder meer door vooraf duidelijke afspraken te maken over de verdeling van de collectie.
Gelet op de complexiteit en de vaak aanzienlijke waarden die hiermee gepaard gaan, is een geïntegreerde aanpak aangewezen. In dossiers rond kunst en antiek beschikken wij over ruime praktijkervaring. Wie zijn situatie wenst te laten analyseren, kan steeds vrijblijvend contact opnemen om de mogelijkheden in kaart te brengen.
Vereenvoudigde samenvatting – Kunst en antiek (België 2026)
Wat moet je weten | Praktisch risico | |
Reserve | Kinderen hebben gezamenlijk recht op 50% van het vermogen | Kunst niet vrij toewijsbaar → inkorting |
Schenkingen | Vaak voorschot op erfdeel | Verrekening bij overlijden (inbreng) |
Waardering | Cruciaal en vaak betwist | Fiscus kan verhogen → belasting + boetes |
Niet-geregistreerde schenking | Geen schenkbelasting | 5 jaar risicotermijn (VL) |
Erfbelasting | Tot 27% (VL) | Liquiditeitsprobleem → verkoop kunst |
Familieconflicten | Zelfde werk gewenst of ongelijke waardestijging | Spanningen tussen erfgenamen |
Planning | Structuren en afspraken mogelijk | Zonder planning: problemen quasi zeker |
Betaling met kunst (VL) | Mogelijk via art. 3.4.3.0.2 VCF | Enkel bij aanvaarding overheid |
Over Arx Aurum
Arx Aurum is een advocatenkantoor dat zich specifiek toelegt op dossiers rond kunst, antiek, verzamelingen en andere fysieke activa. Wij begeleiden cliënten bij de overdracht, structurering en planning van dergelijke vermogensbestanddelen, zowel op burgerlijkrechtelijk als fiscaal vlak.
Door onze uitgebreide ervaring in dit nichegebied zijn wij vertrouwd met de typische knelpunten die zich bij kunstcollecties voordoen, gaande van waarderingsdiscussies met de fiscus tot familiale spanningen en liquiditeitsvraagstukken. Wij werken daarbij steeds op maat, met aandacht voor zowel juridische optimalisatie als het behoud van de collectie.
Wie vragen heeft over de overdracht of structurering van kunst en antiek, kan steeds vrijblijvend contact opnemen om de mogelijkheden te bespreken.



Opmerkingen