top of page

Kunst en BTW in België vanaf 2026: overzicht van het vernieuwde regime

  • 3 dagen geleden
  • 11 minuten om te lezen

Sinds 31 december 2025 is in België een grondig vernieuwd btw-regime van kracht voor kunstwerken, verzamelobjecten en antiek. De kern van deze hervorming, ingevoerd door de Wet van 19 december 2025 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2025) en nader toegelicht in de btw-circulaire 2026/C/14 van 13 januari 2026, kan als volgt worden samengevat: leveringen van kunstvoorwerpen vallen voortaan in beginsel onder het verlaagde btw-tarief van 6 procent. Tegelijkertijd blijft de klassieke margeregeling voor kunsthandelaars bestaan, maar is zij sterk ingeperkt om concurrentieverstoringen te voorkomen en een betere harmonisering met de Europese regels te realiseren.

Deze wijziging kadert in de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/542 en maakt een einde aan het vroegere onderscheid waarbij het verlaagde tarief van 6 procent vooral gold bij directe verkopen door de kunstenaar of zijn rechthebbenden, terwijl doorverkoop door galerijen en kunsthandelaars vaak aan het normale tarief van 21 procent was onderworpen. Voor, galerijhouders, kunstenaars en verzamelaars betekent dit een belangrijke verschuiving in de fiscale behandeling van kunsttransacties. In dit artikel bespreken wij stap voor stap de nieuwe regels, met bijzondere aandacht voor de praktische implicaties bij aankoop, verhuur, internationale verkopen en de aangepaste margeregeling.

kunst in een galerij waarvan de mensen zich afvragen of ze dit kopen met btw

Wat is een kunstwerk in de zin van de btw?

De Belgische btw-wetgeving hanteert een eigen, strikte definitie van wat als “kunstvoorwerp” kwalificeert. Deze definitie is terug te vinden in rubriek XXI van de bijlage bij het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970, en volgt grotendeels de bepalingen van de EU-BTW-richtlijn. Enkel goederen die aan deze criteria voldoen, komen in aanmerking voor het verlaagde tarief van 6 procent en/of de bijzondere margeregeling.

Voor de goede orde hernemen we hieronder de exacte bewoording van de btw-wetgeving:

1° "kunstvoorwerpen" :

a) schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van :

- bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden;

- met de hand versierde voorwerpen;

- beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik;

originele gravures, originele etsen én originele litho's;

c) originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk geheel van de hand van de kunstenaar, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd;

d) tapisserieën en wandtextiel, met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk bestaan;

e) unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd, met uitzondering van gebruiksvoorwerpen;

f) emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen, edelsmidswerk en gebruiksvoorwerpen;

g) foto's die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal dertig exemplaren voor alle formaten en dragers samen;

2° "voorwerpen voor verzamelingen" :

a) postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagenveloppen en dergelijke, gestempeld of, indien ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden;

b) verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang;

3° "antiquiteiten" : andere voorwerpen dan de kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen bedoeld in 1° en 2° hierboven, ouder dan honderd jaar.

Werken die niet aan deze strikte voorwaarden voldoen, worden in principe onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 procent. Het is dan ook van cruciaal belang om bij elke transactie zorgvuldig na te gaan of het betrokken stuk effectief als kunstvoorwerp in de btw-zin kwalificeert. In de praktijk stellen wij vast dat deze kwalificatie frequent aanleiding geeft tot discussie met de fiscale administratie, die zich bij controles doorgaans strikt baseert op de wettelijke criteria en daarbij weinig ruimte laat voor een ruimere artistieke interpretatie.

In het bijzonder bij hedendaagse kunst, fotografie en hybride werken wordt regelmatig geoordeeld dat het betrokken stuk niet voldoet aan de formele voorwaarden, met als gevolg toepassing van het standaardtarief van 21 procent. Wij worden in dat verband regelmatig geconsulteerd in dossiers waarin de fiscus een eerdere kwalificatie in vraag stelt of herkwalificeert in het kader van een controle. Het is daarom essentieel om reeds bij de structurering van een transactie en de documentatie van het werk bijzondere aandacht te besteden aan deze kwalificatie, teneinde discussies met de administratie zoveel mogelijk te voorkomen. Dit is des te belangrijker aangezien een afwijkende beoordeling niet alleen leidt tot een hoger btw-tarief, maar ook aanleiding kan geven tot naheffingen, interesten en administratieve sancties.

Aankoop van kunst in België: welk btw-tarief geldt er?

Vanaf 31 december 2025 geldt als algemeen principe dat leveringen van kunstvoorwerpen, verzamelobjecten en antiek in België onderworpen zijn aan het verlaagde btw-tarief van 6 procent, ongeacht of de verkoper een kunstenaar, een erfgenaam, een galeriehouder, een kunsthandelaar of een andere wederverkoper is, en ongeacht of het om een nieuw werk of een tweedehands stuk gaat. De wetgever heeft hiermee het vroegere onderscheid tussen directe verkopen en doorverkoop grotendeels opgeheven. Het verlaagde tarief is nu van toepassing op alle verkopen van deze goederen, tenzij de verkoper de margeregeling toepast waar die nog mogelijk is.

Wanneer u als particulier of als btw-plichtige onderneming een kunstwerk rechtstreeks aankoopt bij de kunstenaar of diens erfgenamen, is de levering in beginsel onderworpen aan 6 procent btw op de volledige verkoopprijs. Voor particulieren vormt deze btw een definitieve kost. Voor btw-plichtigen die het werk gebruiken voor belaste activiteiten, bijvoorbeeld doorverkoop, verhuur met btw of als decoratie in een belast bedrijf, bestaat in principe het recht op aftrek van deze voorbelasting volgens de gewone regels van het btw-Wetboek.

Bij aankoop bij een galerie of een professionele kunsthandelaar bestaan er twee mogelijke scenario’s. Past de galerie de gewone regeling toe, dan rekent zij 6 procent btw aan op de volledige verkoopprijs. U ontvangt een factuur met expliciet vermelde btw, die u als aftrekplichtige in de meeste gevallen volledig kunt recupereren. Past de galerie daarentegen de margeregeling (zie hieronder) toe;, wat alleen nog mogelijk is wanneer zij het werk zelf zonder btw heeft aangekocht bij een particulier of onder de margeregeling bij een andere wederverkoper, dan is btw verschuldigd tegen 21 procent uitsluitend op de winstmarge. In dat geval verschijnt er geen apart btw-bedrag op de factuur, waardoor de koper geen aftrekrecht heeft. De btw zit dan verborgen in de verkoopprijs.

Een belangrijke nieuwigheid sinds de hervorming is dat de margeregeling niet langer mag worden toegepast op kunstwerken die de wederverkoper zelf heeft aangekocht of ingevoerd met toepassing van het verlaagde tarief van 6 procent. In die gevallen is steeds de gewone regeling verplicht, met 6 procent btw op de volledige prijs en behoud van het aftrekrecht voor de handelaar. Koop je als handelaar of particulier rechtstreeks van een niet-btw-plichtige particulier, dan is er bij de aankoop geen btw verschuldigd. Verkoop je het werk later als kunsthandelaar door, dan kan je in principe nog de margeregeling toepassen, met btw van 21 procent enkel op de winstmarge.

Occasioneel verkoop van kunst als particulier

De btw-wetgeving stelt dat alleen wie zelfstandig een economische activiteit uitoefent btw‑plichtig is (art. 9 Btw‑richtlijn). Wanneer je een gewone particulier bent die een kunstwerk verkoopt, geldt in principe dat je niet onderworpen bent aan btw. Dit is

het geval wanneer je het werk hebt aangekocht voor privégebruik, bijvoorbeeld om het in je woning tentoon te stellen, en geen beroepsmatige activiteit uitoefent waarbij je regelmatig kunst aankoopt en verkoopt met het oog op winst. In die omstandigheden ben je geen btw-belastingplichtige voor deze verkoop. Dit betekent concreet dat je geen btw moet aanrekenen en dat je geen btw-nummer nodig hebt om een dergelijke occasionele verkoop te verrichten. Een eenmalige of sporadische verkoop uit het privévermogen, zoals de verkoop van een schilderij na enkele jaren bezit, wordt in België in beginsel niet beschouwd als een economische activiteit in de zin van de btw-wetgeving, die enkel viseert op personen die op georganiseerde en duurzame wijze inkomsten nastreven.

Het is evenwel essentieel om erover te waken dat deze kwalificatie als particulier in de praktijk overeind blijft. In onze praktijk stellen wij regelmatig vast dat de fiscale administratie kritisch kijkt naar situaties waarin particulieren met een zekere regelmaat kunstwerken verkopen, bijvoorbeeld in het kader van het vernieuwen van een collectie. Zo zien wij dossiers waarbij personen om de paar jaar hun bestaande kunstcollectie (gedeeltelijk) verkopen om nieuwe werken aan te kopen. Hoewel dit op het eerste gezicht nog kadert binnen een privébeheer van een kunstcollectie, oordeelt de administratie in bepaalde gevallen dat er geen sprake meer is van een loutere particuliere activiteit, maar van een economische activiteit in de zin van de btw. In dat geval kan de verkoper alsnog als btw-belastingplichtige worden beschouwd, met als gevolg dat btw verschuldigd is op de verkopen. Dit houdt een aanzienlijk fiscaal risico in, aangezien een herkwalificatie kan leiden tot naheffingen, interesten en administratieve sancties. Het is dan ook aangewezen om dergelijke transacties zorgvuldig te analyseren en, waar nodig, voorafgaandelijk te laten beoordelen.

Verhuur, terbeschikkingstelling en bemiddeling van kunst: steeds 21 procent btw

Het is belangrijk om te benadrukken dat de verhuur of terbeschikkingstelling van kunstwerken niet als een levering van goederen, maar als een dienst wordt beschouwd. Daarom geldt hiervoor in principe steeds het normale btw-tarief van 21 procent, ook na de hervorming van 2025. Dit heeft concrete gevolgen in de praktijk.

Wanneer een kunstenaar of een galerie kunstwerken verhuurt aan een bedrijf – bijvoorbeeld om kantoren of ontvangstruimtes te decoreren, is de verhuur een btw-belaste dienst aan 21 procent. De huurder kan deze btw in de meeste gevallen aftrekken indien hij zelf belaste economische activiteiten uitoefent. Ook de terbeschikkingstelling van tentoonstellingsruimte door een galerijhouder, al dan niet gecombineerd met aanvullende diensten zoals verlichting, bewaking, onthaal of bemiddeling, wordt door de fiscale administratie vaak als één complexe btw-belaste dienst aan 21 procent op de totale vergoeding beschouwd.

Bemiddeling door een galerie, waarbij de handelaar optreedt als makelaar en een commissie ontvangt zonder zelf als verkoper op te treden, valt eveneens onder het normale tarief van 21 procent op de commissie. Het verlaagde tarief van 6 procent is dus strikt voorbehouden aan de eigenlijke levering van het kunstwerk en geldt niet voor huur, zaalverhuur of makelaarsdiensten.

Verkoop van kunst naar het buitenland

Bij internationale transacties gelden specifieke regels die sterk afhankelijk zijn van de bestemming en de hoedanigheid van de koper. Bij verkoop aan een particulier in een andere EU-lidstaat met verzending of vervoer van het werk is in principe btw verschuldigd in het land van aankomst, tegen het daar geldende tarief, via de One Stop Shop-regeling. Dit veronderstelt een correcte toepassing van de OSS-verplichtingen en een sluitende bewijsvoering van het vervoer. Wanneer de verkoper echter de margeregeling toepast, blijft de Belgische btw op de marge verschuldigd, met name 21 procent op de winstmarge.

De hervorming van 2025 heeft deze regels verder aangescherpt. Zo mag de margeregeling niet meer worden toegepast wanneer het kunstwerk in België met 6 procent btw is aangekocht. In dat geval moet de handelaar bij verkoop aan een EU-particulier met verzending de btw van het land van bestemming aanrekenen op de volledige prijs volgens de gewone regeling, terwijl hij de 6 procent op zijn aankoop kan aftrekken.

Bij B2B-verkoop aan een btw-plichtige ondernemer in een andere EU-lidstaat die het werk zelf vervoert of op eigen naam laat vervoeren, kwalificeert de transactie als een intracommunautaire levering. Bij naleving van alle formaliteiten – waaronder een geldig btw-nummer van de afnemer en voldoende bewijs van het intracommunautaire vervoer – kan de Belgische verkoper een factuur met 0 procent btw uitreiken. In de praktijk vormt vooral de bewijsvoering van het vervoer een frequent discussiepunt. Past de verkoper evenwel de margeregeling toe, dan geldt deze vrijstelling niet en blijft Belgische btw op de marge verschuldigd.

Bij uitvoer van kunstwerken naar landen buiten de Europese Unie geldt het nultarief, mits de nodige uitvoer- en vervoersdocumenten worden bijgehouden. Ook hier is de bewijsvoering essentieel: bij gebreken kan de vrijstelling worden geweigerd. De Belgische leverancier behoudt in dat geval zijn recht op aftrek van de btw die drukt op de aankoop en de bijkomende kosten.

De margeregeling voor kunsthandelaars: wat blijft er nog over na de hervorming?

De margeregeling vormt een bijzondere btw-regeling die uitsluitend van toepassing is op belastingplichtige wederverkopers, met name kunsthandelaars en galerijen die kunstwerken aankopen met het oog op doorverkoop. In dat systeem wordt btw niet geheven op de volledige verkoopprijs, maar enkel op de winstmarge, zijnde het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs. Deze btw is verschuldigd tegen het normale tarief van 21 procent en wordt niet afzonderlijk op de factuur vermeld. De regeling beoogt te vermijden dat goederen waarop eerder geen aftrekbare btw rustte – bijvoorbeeld bij aankoop van particulieren – opnieuw volledig aan btw worden onderworpen bij doorverkoop.

Voor kunstenaars zelf is deze regeling in beginsel niet relevant wanneer zij hun eigen werken verkopen aan handelaars of galerijen. In dat geval treden zij niet op als wederverkoper, maar als producent van het kunstwerk. De verkoop van eigen werken die kwalificeren als kunstvoorwerp gebeurt onder de gewone regeling aan het verlaagde btw-tarief van 6 procent op de volledige verkoopprijs, met in principe recht op aftrek van de beroepskosten. De margeregeling komt slechts in beeld wanneer een kunstenaar daarnaast ook werken van derden aankoopt met het oog op doorverkoop, bijvoorbeeld in het kader van een galerij-activiteit. In die hoedanigheid wordt hij voor die verrichtingen als wederverkoper beschouwd.

Sinds de hervorming van 31 december 2025 is het toepassingsgebied van de margeregeling aanzienlijk beperkt. Hoewel het verlaagde tarief van 6 procent voortaan in beginsel geldt voor alle leveringen van kunstvoorwerpen, blijft de margeregeling enkel mogelijk voor werken die zonder btw werden aangekocht, zoals bij particulieren of onder de margeregeling bij een andere wederverkoper. Wanneer een kunsthandelaar een werk aankoopt met toepassing van het verlaagde tarief van 6 procent, bijvoorbeeld rechtstreeks bij een kunstenaar, is de margeregeling uitgesloten en moet de doorverkoop gebeuren onder de gewone regeling, met 6 procent btw op de volledige verkoopprijs en recht op aftrek van de betaalde btw.

De keuze en correcte toepassing van het btw-regime vergt in de praktijk bijzondere aandacht, aangezien fouten in de kwalificatie van de transactie of in de toepassing van de margeregeling kunnen leiden tot aanzienlijke fiscale correcties.

Hierbij wensen wij te benadrukken dat de margeregeling geen statuut vormt dat op de belastingplichtige als zodanig van toepassing is, maar een bijzondere btw-regeling die per afzonderlijke transactie kan worden toegepast. Dit impliceert dat een wederverkoper in principe per kunstwerk kan beoordelen of hij de margeregeling dan wel de gewone regeling toepast, voor zover aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, in het bijzonder met betrekking tot de wijze van verwerving van het betrokken werk.

Praktische gevolgen

Voor particulieren en verzamelaars betekent de hervorming in veel gevallen een zekere vereenvoudiging in die zin dat bij aankoop vaak 6 procent btw wordt aangerekend. Deze vereenvoudiging is echter relatief, aangezien de fiscale behandeling blijft afhangen van de kwalificatie van het werk en het toegepaste btw-regime. Wanneer een handelaar de margeregeling toepast, verschijnt er geen aparte btw, maar voor particulieren heeft dat geen invloed op het aftrekrecht.

Kunstenaars blijven genieten van het verlaagde tarief op hun directe verkopen, terwijl verhuur aan 21 procent onderworpen blijft. Galerijen en kunsthandelaars worden geconfronteerd met een grotere nood aan documentatie en correcte keuze van het toepasselijke regime, in het bijzonder met betrekking tot de margeregeling en internationale transacties.

Conclusie

De btw-hervorming voor kunstwerken, verzamelobjecten en antiek vanaf eind 2025 leidt tot een grotere tariefuniformiteit, maar kan niet zonder meer als een vereenvoudiging worden beschouwd. De praktische toepassing blijft afhankelijk van kwalificatie, bewijsvoering en correcte naleving van de verschillende regimes.

Fouten in de toepassing van de margeregeling, de classificatie van een werk als kunstvoorwerp of de bewijsvoering bij grensoverschrijdende leveringen kunnen leiden tot navorderingen, interesten en boetes.

Onze gespecialiseerde fiscaal advocaten staan klaar om u bij te staan bij concrete dossiers: due diligence bij de aankoop of verkoop van belangrijke kunstwerken, optimalisatie van de btw-structuur van uw galerie of collectie, begeleiding bij internationale transacties of geschillen met de fiscale administratie. Neem gerust contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij helpen u de nieuwe regels optimaal en risicoloos toe te passen.

Vereenvoudigde samenvatting

Scenario

Btw-tarief

Aftrekbaar voor btw-plichtige koper?

Margeregeling

Aankoop bij kunstenaar/erfgenaam

6 % op volledige prijs

Ja

Doorverkoop onder marge uitgesloten

Aankoop bij galerie (gewone regeling)

6 % op volledige prijs

Ja

Niet mogelijk bij latere doorverkoop van dit werk

Aankoop bij galerie (margeregeling)

21 % op winstmarge (verborgen)

Nee

Mogelijk bij latere doorverkoop

Aankoop bij particulier

Geen btw

/

Mogelijk bij latere doorverkoop

Verhuur / terbeschikkingstelling

21 %

Ja (bij belaste activiteiten)

/

Verkoop aan EU-particulier (met verzending)

Btw van land van aankomst (OSS)

/

/

B2B EU (intracommunautair)

0 % Belgische btw

Verlegging

/

Uitvoer buiten EU

0 % (nultarief)

Volledige aftrek

/

Arx Aurum

Arx Aurum beschikt over ruime ervaring in btw-vraagstukken met betrekking tot kunst, zowel op het vlak van advisering als in discussies met de fiscale administratie. Wij treden regelmatig op in dossiers waarin de kwalificatie van kunstwerken, de toepassing van de margeregeling of de btw-behandeling van nationale en internationale transacties ter discussie staat. Deze materie vergt niet alleen een grondige kennis van de wetgeving, maar ook uitgesproken praktijkervaring in de omgang met de administratie. Wenst u uw situatie te laten analyseren of twijfelt u over de correcte btw-behandeling van een concrete transactie, dan bent u steeds welkom voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page