Goud in een bankkluis en erfbelasting: wie moet bewijzen wie eigenaar is?
In het kortDe rechtbank bevestigt dat goud dat wordt aangetroffen in een bankkluis waartoe de erflater als enige toegang had, vermoed kan worden tot zijn nalatenschap te behoren. Het feit dat de kluis formeel op naam van een kind staat, volstaat niet om dat vermoeden te weerleggen. Dat vermoeden kan wel worden weerlegd met voldoende bewijs. In deze zaak kon een zoon voor 1,5 kg goud aantonen dat hij het zelf, op eigen naam en met eigen middelen, had aangekocht. Voor ander goud slaagde hij daar niet in. De zaak illustreert daarmee het belang van aankoopfacturen, betalingsbewijzen en een duidelijke documentatie van eventuele schenkingen van fysiek goud. bron: Rechtbank van eerste aanleg - Oost-Vlaanderen, afdeling Gent - 6de burgerlijke kamer - Vonnis van 25 juni 2026 - Rol nr 24/2440/A |
Wie fysiek goud koopt, denkt doorgaans vooral aan de aankoopprijs, de veilige bewaring en eventueel de latere verkoop. Een aspect dat minder aandacht krijgt, is het bewijs van eigendom. Een recent vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 25 juni 2026 toont aan waarom dat bewijs belangrijk kan zijn. De rechtbank moest zich uitspreken over meerdere kilogrammen goud die na een overlijden in bankkluizen werden aangetroffen.

Goud aangetroffen na een overlijden
Na het overlijden van een vader in februari 2020 werden twee bankkluizen geopend. Een van die kluizen stond op naam van een van zijn zonen. In die kluis werden onder meer verschillende kilogrammen goud, juwelen en cash geld aangetroffen.
De zoon stelde dat een belangrijk deel van het goud zijn persoonlijke eigendom was. Hij voerde onder meer aan dat hij zelf 3,5 kg goud had aangekocht. Het overige goud zou eerder door zijn vader aan hem zijn geschonken. De Vlaamse Belastingdienst volgde die redenering niet volledig en beschouwde het goud als onderdeel van de nalatenschap. De discussie kwam uiteindelijk voor de rechtbank.
Een kluis op uw naam betekent niet noodzakelijk dat de inhoud van u is
Een belangrijk element was dat de bankkluis weliswaar op naam van de zoon stond, maar dat de vader in werkelijkheid als enige toegang had tot de kluis. De sleutels bevonden zich in zijn appartement en de kinderen beschikten niet over de toegangscodes.
Artikel 2.7.3.2.6 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit bevat een wettelijk vermoeden met betrekking tot goederen die zich in bepaalde bankkluizen bevinden. In deze zaak werd de vader als huurder van de kluis beschouwd. Daardoor werden de goederen in de kluis vermoed aan hem toe te behoren en dus deel uit te maken van zijn nalatenschap.
Het gaat evenwel om een weerlegbaar vermoeden. De zoon kon dus nog aantonen dat bepaalde goederen, ondanks hun aanwezigheid in de kluis, zijn persoonlijke eigendom waren.
Aankoopbewijs van goud kan doorslaggevend zijn
De zoon legde documenten voor waarmee hij probeerde aan te tonen dat hij zelf 3,5 kg goud had aangekocht. Voor 2 kg slaagde hij daar volgens de rechtbank niet voldoende in. Hij kon wel aantonen dat hij in 2013 een bedrag had overgeschreven naar zijn vader met de vermelding "betaling 2 kg goud", maar de vader had reeds in 2011 zelf 2 kg goud gekocht. Bovendien stemde het bedrag van de latere overschrijving niet overeen met de oorspronkelijke aankoopprijs.
Volgens de rechtbank was daardoor onvoldoende bewezen dat de zoon daadwerkelijk eigenaar was geworden van precies het goud dat jaren later in de kluis werd aangetroffen. Een betaling die naar goud verwijst, was in deze omstandigheden dus niet voldoende om de vereiste link met de aangetroffen goudstaven aan te tonen.
Voor de overige 1,5 kg lag dat anders. De zoon kon aantonen dat hij in april 2013 zelf 1 kg en 500 gram goud had gekocht. De aankoop gebeurde op zijn naam en de betalingen, voor in totaal 52.060 euro, kwamen uit zijn eigen middelen. Voor de rechtbank volstonden die documenten om het wettelijke vermoeden te weerleggen. De 1,5 kg goud behoorde bijgevolg niet tot de nalatenschap.
Een beweerde schenking volstaat niet
Ook voor het goud waarvan de zoon beweerde dat hij het vroeger van zijn vader had gekregen, liep het mis. De zoon had zelf geen toegang tot de kluis en beschikte noch over de sleutel, noch over de toegangscode. Het enkele feit dat de kluis op zijn naam stond, bewees volgens de rechtbank niet dat het goud daadwerkelijk aan hem was geschonken.
Voor een handgift moet er daadwerkelijk een overdracht plaatsvinden. Wanneer de schenker het goud zelf onder zijn exclusieve controle houdt, wordt het bijzonder moeilijk om achteraf te bewijzen dat de begiftigde reeds in het bezit van het goud werd gesteld. Het op naam plaatsen van een kluis is op zichzelf dus geen bewijs dat de inhoud ervan werd geschonken.
Wat betekent dit voor wie fysiek goud bezit?
Het vonnis bevat een belangrijke praktische les voor bezitters van fysiek goud. Niet alleen het bezit zelf is belangrijk, ook de mogelijkheid om jaren later de oorsprong en eigendom ervan te reconstrueren. Een factuur op naam van de koper, een betalingsbewijs vanaf een persoonlijke rekening en, waar beschikbaar, identificerende gegevens van de goudstaven kunnen daarbij bijzonder waardevol zijn.
Dat geldt des te meer wanneer goud wordt bewaard in een kluis waartoe andere familieleden toegang hebben, of wanneer goud binnen de familie wordt verkocht of geschonken. Een eenvoudige overschrijving met de vermelding dat zij betrekking heeft op goud kan onvoldoende zijn wanneer niet kan worden aangetoond welk goud precies werd gekocht en hoe dat goud vervolgens bij de koper terechtkwam.
Ook bij een schenking is documentatie belangrijk. Wie fysiek goud schenkt maar het goud vervolgens zelf onder exclusieve controle blijft bewaren, creëert een aanzienlijk bewijsprobleem voor de begiftigde.
Ook de belastingverhoging sneuvelde
De Vlaamse Belastingdienst had daarnaast een belastingverhoging van 20 procent opgelegd omdat volgens haar niet alle goederen correct waren aangegeven. De rechtbank vernietigde die verhoging om twee redenen.
Op het aanslagbiljet stond enkel een verwijzing naar artikel 3.18.0.0.7 VCF, zonder concrete feitelijke motivering waarom de sanctie werd opgelegd. Volgens de rechtbank voldeed dat niet aan de motiveringsvereisten. Bovendien had de zoon het bestaan van de goederen wel degelijk vermeld in een bijlage bij zijn aangifte. Hij verdedigde alleen het standpunt dat deze goederen zijn persoonlijke eigendom waren en daarom niet in de nalatenschap moesten worden belast.
Dat hij er uiteindelijk slechts gedeeltelijk in slaagde zijn standpunt te bewijzen, maakte daarvan volgens de rechtbank nog geen verzuim van aangifte. De belastingverhoging van 20 procent verviel daarom volledig.
Documenteer de eigendom van fysiek goud
Fysiek goud heeft als voordeel dat het buiten het klassieke financiële systeem kan worden aangehouden, maar diezelfde eigenschap kan een nadeel worden wanneer jaren later moet worden bewezen wie juridisch eigenaar is. Het vonnis van 25 juni 2026 illustreert dat duidelijk.
Voor 1,5 kg beschikte de zoon over voldoende concrete aankoop- en betalingsbewijzen en bleef het goud buiten de nalatenschap. Voor het overige goud kon de eigendom onvoldoende worden aangetoond, waardoor het wettelijke vermoeden overeind bleef. Wie substantieel in fysiek goud investeert, doet er daarom goed aan aankoopfacturen, betalingsbewijzen en gegevens over de aangekochte goudstaven zorgvuldig en duurzaam te bewaren. Bij verkopen of schenkingen binnen de familie is een duidelijke schriftelijke documentatie minstens even belangrijk.
Over ARX Aurum
ARX Aurum is gespecialiseerd in de juridische en fiscale begeleiding rond beleggingen en vermogensopbouw, met bijzondere expertise in fysiek goud en andere alternatieve beleggingen. Wij adviseren cliënten over de fiscale behandeling en documentatie van hun beleggingen, vermogensplanning en de overdracht van vermogen naar de volgende generatie, onder meer via schenkingen en nalatenschappen. Daarnaast staan wij cliënten bij wanneer discussie ontstaat met de fiscale administratie, van fiscale controles en bezwaarprocedures tot procedures voor de rechtbank. Zo biedt ARX Aurum ondersteuning gedurende de volledige levenscyclus van een vermogen, van investering en vermogensopbouw tot bescherming en overdracht naar de volgende generatie.



Opmerkingen