top of page

Fysiek goud en de nieuwe meerwaardebelasting

  • 3 dagen geleden
  • 9 minuten om te lezen

Met de wet van 3 april 2026 heeft België een algemene meerwaardebelasting ingevoerd op financiële activa. Daarmee wordt een fundamentele breuk gemaakt met het vroegere uitgangspunt dat meerwaarden bij normaal beheer van het privévermogen principieel onbelast bleven.

De verkoop van bepaalde vormen van goud wordt voortaan expliciet onderworpen aan de algemene meerwaardebelasting. Daarmee wordt een einde gemaakt aan een situatie waarin goud ,fungerend als het archetype van een goede huisvaderbelegging, werd vrijgesteld van belasting.

Zoals wel vaker in het Belgische fiscale recht, gebeurt die omslag niet zonder nuance. De wetgever maakt een onderscheid naargelang het soort goud, waarbij enkel beleggingsgoud wordt geviseerd. In dit artikel gaan we dieper in op de gevolgen

fysiek goud dat onder de nieuwe Belgische meerwaardebelasting zal vallen

Meerwaardebelasting op goud

Zonder in detail te treden over het volledige stelsel volstaat het voor de praktijk te weten dat een overdracht onder bezwarende titel, zoals de verkoop van beleggingsgoud, voortaan aanleiding geeft tot de toepassing van de algemene meerwaardebelasting. De gerealiseerde meerwaarde wordt belast tegen 10 %, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro die via overdracht van ongebruikte schijven van 1.000 euro kan oplopen tot maximaal 15.000 euro.

Daarbij geldt een historische vrijstelling, in die zin dat enkel de meerwaarde opgebouwd vanaf 1 januari 2026 belast wordt en de waarde op 31 december 2025 als referentiepunt fungeert (het zogenaamde fotomoment).

Ter illustratie: een belegger die op 1 januari 2010 één kilogram goud aankocht voor ongeveer 28.000 euro, dat op 31 december 2025 een waarde heeft van circa 118.000 euro, en dit verkoopt op 12 maart 2026 voor 141.000 euro, realiseert economisch een totale meerwaarde van 113.000 euro, maar fiscaal slechts een belastbare meerwaarde van 23.000 euro; na toepassing van de vrijstelling van 10.000 euro blijft 13.000 euro belastbaar, wat leidt tot een effectieve belasting van 1.300 euro.

Wat wordt verstaan onder goud?

De nieuwe meerwaardebelasting viseert niet goud in algemene zin, maar beperkt zich tot wat juridisch wordt gekwalificeerd als beleggingsgoud, dat binnen het systeem wordt ondergebracht onder de categorie “valuta”. De wetgever sluit daarbij expliciet aan bij de btw-definitie zoals vervat in artikel 344 van Richtlijn 2006/112/EG (btw-richtlijn) en de daarop gebaseerde nationale omzetting en administratieve praktijk.

Onder beleggingsgoud vallen in essentie goudstaven en plaatjes met een door de goudmarkt aanvaard gewicht en een zuiverheid van minstens 995/1000, evenals bepaalde gouden munten die cumulatief voldoen aan een aantal voorwaarden, met name een zuiverheid van minstens 900/1000, een uitgifte na 1800, het statuut van (voormalig) wettig betaalmiddel in het land van oorsprong en een prijsvorming waarbij de verkoopprijs de intrinsieke goudwaarde doorgaans niet met meer dan 80 % overschrijdt.

Deze categorie van goud geniet vandaag een vrijstelling van btw op grond van artikel 44, § 3, 11° W.BTW, in uitvoering van artikel 344 van de btw-richtlijn. Concreet betekent dit (wat kort door de bocht) dat als goud aangekocht kan worden middels een vrijstelling van btw, deze in de regel onder de nieuwe meerwaardebelasting zal vallen.

Concreet zorgt de vrijstelling in de indirecte belasting (btw) ervoor dat er mogelijks belasting verschuldigd is in de personenbelasting.

De keerzijde is dat een reeks goudgerelateerde activa buiten het toepassingsgebied blijft. Gouden juwelen, horloges, kunstobjecten en industrieel goud kwalificeren niet als beleggingsgoud en blijven dus onder het bestaande regime. Meerwaarden daarop blijven in principe onbelast bij normaal beheer van het privévermogen, behoudens wanneer de verrichtingen als speculatief of abnormaal worden gekwalificeerd. De hervorming creëert dus geen algemene belasting op “goud”, maar wel een gerichte belasting op goud als investeringsinstrument.

Geen verschil tussen fysiek goud en "elektronisch en papieren" goud

Naast fysiek goud moet worden benadrukt dat beleggers uiteraard ook kunnen investeren in goud via afgeleide producten, zoals ETF’s, certificaten, goudrekeningen of andere gestructureerde instrumenten. Dergelijke producten die goud “representeren” worden in de btw-reglementering in bepaalde gevallen reeds erkend als vormen van beleggingsgoud, met name wanneer zij een rechtstreeks recht op goud belichamen (zoals bij bepaalde certificaten of goudrekeningen), maar voor de toepassing van de meerwaardebelasting is de kwalificatie genuanceerder en afhankelijk van hun juridische vorm.

Puur juridisch gezien vallen deze producten immers niet noodzakelijk onder dezelfde categorie als fysiek beleggingsgoud. Waar fysiek goud wordt ondergebracht onder de categorie “valuta (inclusief beleggingsgoud)”, zullen goud-ETF’s, trackers en vergelijkbare instrumenten in de regel worden gekwalificeerd als financiële instrumenten, bijvoorbeeld als rechten van deelneming of beursgenoteerde effecten. Andere structuren, zoals goudleningen, swaps of termijncontracten, kunnen afhankelijk van hun kenmerken eveneens onder deze categorie vallen.

Dat onderscheid is in de praktijk weinig relevant. Of een belegger nu rechtstreeks fysiek goud aanhoudt of investeert via een financieel product zoals een ETF of certificaat, in beide gevallen wordt de gerealiseerde meerwaarde in de privésfeer geviseerd door de nieuwe meerwaardebelasting. De juridische kwalificatie verschilt, maar het fiscale resultaat niet.

De conclusie is dan ook duidelijk: overstappen naar “papiergoud” biedt geen uitweg. Ook afgeleide producten die blootstelling aan goud geven, vallen onder de meerwaardebelasting, zij het onder een andere categorie.

Het fotomoment en de behandeling van bestaande goudposities

Zoals eerder reeds kort aangehaald, bevat de hervorming een belangrijk overgangsmechanisme in de vorm van een step-up op 31 december 2025. De waarde van het goud op dat moment geldt als fiscale aanschaffingswaarde voor de toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting, zodat enkel de meerwaarde die ontstaat vanaf 1 januari 2026 effectief wordt belast. Historische meerwaarden blijven daardoor buiten schot.

Daarnaast voorziet de wet in een overgangsregeling waarbij belastingplichtigen tot en met 31 december 2030 kunnen kiezen om toch de oorspronkelijke aanschaffingswaarde te hanteren. Deze optie is vooral relevant wanneer een actief zich op het fotomoment in latente min bevindt, omdat zij toelaat om historische minderwaarden fiscaal te valoriseren. Voor goudposities betekent dit dat de fiscale impact sterk afhankelijk wordt van de gekozen waarderingsbasis en van de evolutie na 2025.

Tarief, vrijstelling en aangifteverplichting

De meerwaarde op beleggingsgoud wordt belast tegen een tarief van 10 %.

De wet voorziet daarnaast in een voetvrijstelling. Concreet geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro aan gerealiseerde meerwaarden, die via overdracht van ongebruikte schijven van 1.000 euro per jaar, gedurende maximaal vijf jaar, kan oplopen tot 15.000 euro. Het gaat daarbij om een algemene vrijstelling en dus niet om een vrijstelling specifiek voor goud. Dit betekent dat gerealiseerde meerwaarden op goud samen moeten worden bekeken met meerwaarden op andere financiële activa, zoals aandelen of crypto. Wanneer in hetzelfde jaar bijvoorbeeld ook aandelen of crypto met winst worden verkocht, zal dit de beschikbare vrijstelling geheel of gedeeltelijk opsouperen.

Een belangrijk praktisch element is dat voor beleggingsgoud geen inhouding van roerende voorheffing wordt voorzien. De belastingplichtige moet de gerealiseerde meerwaarde zelf aangeven in de personenbelasting. Dit impliceert dat hij moet kunnen aantonen wat de relevante waarden zijn: de aanschaffingsprijs (of de waarde op 31 december 2025) en de uiteindelijke verkoopprijs. In de praktijk zal dit, vooral bij fysiek goud, tot bewijsproblemen kunnen leiden wanneer documentatie ontbreekt of onvolledig is.

Andere metalen blijven buiten het toepassingsgebied

De wetgever heeft er expliciet voor gekozen om de nieuwe meerwaardebelasting te beperken tot beleggingsgoud. Andere metalen zoals zilver, platina of koper worden niet opgenomen in de categorie “valuta” en blijven dus onder het bestaande fiscale regime. Meerwaarden op dergelijke activa blijven in principe onbelast bij normaal beheer van het privévermogen en worden enkel belast wanneer sprake is van speculatie of abnormaal beheer. Daarbij moet worden benadrukt dat het hier gaat om fysieke metalen: de aankoop daarvan is in de regel niet vrijgesteld van btw, in tegenstelling tot beleggingsgoud. Wanneer evenwel in dergelijke metalen wordt belegd via financiële producten, zoals ETF’s of andere beursgenoteerde instrumenten, vallen deze wél onder de categorie van financiële activa en worden gerealiseerde meerwaarden in de privésfeer dus alsnog geviseerd door de nieuwe meerwaardebelasting.

Deze keuze leidt tot een duidelijke fiscale asymmetrie tussen goud en andere edelmetalen. Economisch vergelijkbare beleggingen worden verschillend behandeld naargelang hun juridische vorm en kwalificatie, wat op termijn aanleiding kan geven tot discussies over de coherentie van het systeem.

Fysiek goud verkopen: aandachtspunten bij banken en verkoop

Bij de verkoop van fysiek goud duikt in de praktijk een bijkomend aandachtspunt op dat vaak wordt onderschat. Banken hanteren vandaag steeds strengere verplichtingen inzake KYC (Know Your Customer) en antiwitwaswetgeving. Dat heeft concrete gevolgen wanneer de verkoopopbrengst van goud op een bankrekening wordt gestort of ontvangen.

In de praktijk stellen wij vast dat banken regelmatig bijkomende vragen stellen over de oorsprong van de middelen waarmee het goud destijds werd aangekocht. Voor cliënten die hun goud al jarenlang, soms decennia, aanhouden of die het via een erfenis hebben verkregen, is die documentatie vaak onvolledig of zelfs onbestaande. Banken kunnen in dergelijke gevallen moeilijk doen of transacties blokkeren in afwachting van bijkomende toelichting.

Ook bij de aankoop van goud zien we, zij het in mindere mate, dat aankopers vragen stellen over de herkomst van de gebruikte middelen. Dit onderstreept het belang van een degelijk dossier. Het kunnen aantonen van de oorsprong van het vermogen, samen met een correcte fiscale verwerking, wordt in de praktijk steeds belangrijker.

Daarnaast merken wij dat cliënten bij de verkoop van fysiek goud niet altijd een marktconforme prijs bekomen. De verschillen tussen biedprijzen kunnen aanzienlijk zijn, zeker bij minder transparante kopers. Het is daarom aangewezen om enkel te werken met betrouwbare en erkende partijen en vooraf voldoende prijsvergelijking te doen.

Conclusie

De invoering van de algemene meerwaardebelasting betekent dat beleggingsgoud zijn fiscale uitzonderingspositie definitief verliest. Waar goud lange tijd kon fungeren als een relatief “veilige” belegging binnen het normale beheer van het privévermogen, wordt de verkoop ervan voortaan structureel belast binnen de personenbelasting.

Die impact moet evenwel worden genuanceerd. Door het fotomoment op 31 december 2025 wordt het verleden gevrijwaard en zal in veel gevallen enkel de waardestijging na 2026 effectief belast worden. In combinatie met de jaarlijkse vrijstelling zal de effectieve belastingdruk in een aantal situaties beperkt blijven. Tegelijk zorgt de brede toepassing van de regeling ervoor dat ook indirecte beleggingen in goud, zoals via ETF’s of andere financiële producten, niet aan de belasting ontsnappen.

De hervorming introduceert bovendien nieuwe aandachtspunten die verder reiken dan de loutere berekening van de meerwaarde. De kwalificatie van het betrokken actief, de beschikbaarheid van historische documentatie en de toenemende controle door financiële instellingen spelen in de praktijk een doorslaggevende rol. Zonder degelijk dossier kan de verkoop van goud niet alleen fiscaal, maar ook operationeel problematisch worden.

Voor beleggers komt het er dan ook op aan hun goudposities tijdig te analyseren, documentatie te structureren en verkoopbeslissingen zorgvuldig te plannen. De meerwaardebelasting op goud is geen louter theoretische hervorming, maar een regeling die in de praktijk concrete gevolgen heeft voor zowel de fiscaliteit als de uitvoering van transacties.

FAQ

1. Moet ik belasting betalen op goud?

Ja, maar alleen onder specifieke voorwaarden. De meerwaardebelasting geldt wanneer je goud verkoopt met winst, dus bij een overdracht onder bezwarende titel zoals een verkoop. Zolang je het goud gewoon aanhoudt, is er geen belasting verschuldigd.

2. Hoeveel bedraagt de belasting op goud?

De meerwaarde wordt belast tegen een vast tarief van 10 %. Daarnaast geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro (die kan oplopen tot maximaal 15.000 euro) per belastingplichtige. Pas wanneer je daarboven gaat, betaal je effectief belasting.

3. Wordt mijn volledige winst belast?

Nee. Enkel de meerwaarde wordt belast, niet de volledige verkoopprijs. Bovendien wordt voor goud dat je al vóór 2026 bezat, enkel de meerwaarde vanaf 1 januari 2026 in rekening gebracht.

4. Wat is het “fotomoment” van 31 december 2025?

Dat is cruciaal. De waarde van je goud op 31 december 2025 (ongeveer 118.000 euro) geldt als nieuwe fiscale aanschaffingswaarde. Alles wat je vóór die datum hebt verdiend, blijft volledig belastingvrij. Alleen de stijging nadien telt nog mee.

5. Welk goud valt onder de belasting?

Alleen beleggingsgoud wordt geviseerd, zoals goudstaven en bepaalde munten. Juwelen, kunstobjecten in goud en andere goudvoorwerpen vallen niet onder de regeling en blijven in principe buiten de belasting.

6. Wat met zilver, platina of andere metalen?

Die vallen niet onder de nieuwe meerwaardebelasting. Meerwaarden daarop blijven in principe onbelast bij normaal beheer. Let wel: investeer je in deze metalen via ETF’s of andere financiële producten, dan worden ze wél belast omdat ze als financieel instrument kwalificeren.

7. Moet de belasting automatisch worden ingehouden?

Nee. Voor fysiek goud is er geen roerende voorheffing. Je moet de meerwaarde zelf aangeven in je belastingaangifte.

8. Geldt de belasting voor iedereen?

De belasting geldt in de eerste plaats voor natuurlijke personen die in België onderworpen zijn aan de personenbelasting. Ook bepaalde rechtspersonen vallen eronder, maar vennootschappen niet.

9. Wat als ik verlies maak op goud?

Minderwaarden kunnen in principe verrekend worden met meerwaarden binnen hetzelfde jaar, binnen de regels van het systeem.

10. Is de impact in de praktijk groot?

Voor veel particuliere beleggers blijft de impact beperkt. Door het fotomoment en de vrijstelling wordt vaak slechts een klein deel van de totale winst effectief belast.

Arx Aurum

Arx Aurum is een gespecialiseerd advocatenkantoor met een uitgesproken focus op goud en edelmetalen, zowel vanuit fiscaal als juridisch perspectief. Wij begeleiden cliënten bij de aankoop, aanhouding en verkoop van fysiek goud, evenals bij investeringen via financiële producten.

Onze praktijk omvat onder meer de fiscale behandeling van goudtransacties, de afbakening tussen normaal beheer en beroepsinkomsten, en de toepassing van de nieuwe meerwaardebelasting. Daarnaast beschikken wij over ruime ervaring met vraagstukken inzake antiwitwaswetgeving (AML), bankrelaties en de bewijsvoering rond de oorsprong van vermogen.

Wij adviseren zowel particuliere beleggers als ondernemers en internationale cliënten bij complexe dossiers, waaronder grensoverschrijdende handel in goud en de structurering van transacties in een steeds strenger gereguleerd kader.

Heeft u vragen over de verkoop of fiscale behandeling van goud, of wenst u uw situatie te laten analyseren, dan kunt u vrijblijvend een afspraak met ons inplannen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page