top of page

DAC7 en de fiscus: hoe komen verkopen van Pokémon-, Magic- en Yu-Gi-Oh!-kaarten in beeld in België?

2 sep
13 minuten om te lezen

Recent publiceerden wij een artikel over de fiscale behandeling van de verkoop van Pokémon-, Yu-Gi-Oh!-, Magic: The Gathering- en andere verzamelkaarten. Daarin gingen wij onder meer in op het onderscheid tussen het normale beheer van een privévermogen, diverse inkomsten en beroepsinkomsten.

Naar aanleiding van dat artikel kregen wij een andere, minstens even interessante vraag: hoe kan de fiscus eigenlijk te weten komen dat iemand verzamelkaarten verkoopt, en hoe kan een fiscale controle daarover beginnen?

Die vraag is bijzonder relevant geworden. De handel in verzamelkaarten verloopt vandaag immers grotendeels digitaal, via gespecialiseerde platformen zoals Cardmarket, maar ook via onder meer eBay, Vinted en Catawiki. Tegelijk laat die onlinehandel steeds meer digitale en financiële sporen na.

In dit artikel gaan wij daarom dieper in op de manier waarop de fiscus informatie over dergelijke verkopen kan verkrijgen. Daarbij besteden wij in het bijzonder aandacht aan DAC7 en de automatische rapportering door digitale platformen, maar ook aan de rol van banken, het Centraal Aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP), datamining en de manier waarop dergelijke informatie uiteindelijk aanleiding kan geven tot een fiscale controle.

Voor de vraag of en onder welke voorwaarden de verkoop van verzamelkaarten daadwerkelijk belastbaar is, verwijzen wij naar ons eerdere artikel “Pokémon, Yu-Gi-Oh! en Magic-kaarten verkopen: moet u belasting betalen?”

In het kort

Wie verzamelkaarten verkoopt via Cardmarket, eBay, Vinted of andere digitale platformen is voor de fiscus steeds zichtbaarder. Via DAC7 ontvangt de belastingadministratie onder bepaalde voorwaarden automatisch gegevens over verkopers, transacties en ontvangen bedragen.


Ook banken kunnen een belangrijke rol spelen. Omvangrijke of ongebruikelijke geldstromen kunnen aanleiding geven tot vragen over de oorsprong van de ontvangen bedragen. Daarnaast beschikt de overheid via het CAP en andere databronnen over steeds meer financiële informatie.

DAC7-rapportering of vragen van een bank betekenen evenwel niet dat de verkopen automatisch belastbaar zijn. Zij kunnen wel het startpunt vormen van een fiscaal onderzoek.


Inhoudstafel

1. DAC7: hoe krijgt de fiscus zicht op onlineverkopen?

DAC7 is de gebruikelijke benaming voor Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021. Deze richtlijn vormt de zesde wijziging van de Europese Bijstandsrichtlijn 2011/16/EU inzake administratieve samenwerking op belastinggebied.

Het doel van DAC7 bestaat erin belastingadministraties beter te informeren over economische activiteiten die via digitale platformen worden verricht.

België heeft DAC7 omgezet via de wet van 21 december 2022, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2022. De regeling trad op 1 januari 2023 in werking. De rapportageverplichtingen zijn opgenomen in de artikelen 321quater tot en met 321decies van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

DAC7 kwam overigens niet volledig uit het niets. België kende voordien al een eigen, beperktere regeling, die soms als “DAC7 light” werd aangeduid. Het vroegere artikel 321quater WIB 92, dat sinds 9 januari 2021 van toepassing was, viseerde in essentie bepaalde dienstverlening via digitale platformen.

De Europese DAC7-regeling gaat aanzienlijk verder. Zij omvat naast bepaalde diensten ook de verhuur van vervoermiddelen, de verhuur van onroerende goederen en, voor verzamelaars bijzonder relevant, de verkoop van goederen.

Het systeem is bovendien grensoverschrijdend. Een Belgische verkoper die gebruikmaakt van een platform dat vanuit een andere Europese lidstaat rapporteert, blijft daardoor niet noodzakelijk buiten het zicht van de Belgische belastingadministratie. DAC7 voorziet net in de automatische uitwisseling van de gerapporteerde informatie tussen de betrokken belastingadministraties.

Voor de handel in verzamelkaarten is dit een belangrijke evolutie. De fiscus hoeft niet noodzakelijk zelf eerst te ontdekken dat iemand actief verkoopt. Via DAC7 kan informatie over die verkopen rechtstreeks vanuit de platformeconomie bij de belastingadministratie terechtkomen.

2. Welke platformen en verkopers worden gerapporteerd?

Het begrip “platform” wordt in artikel 321quater, 1° WIB 92 bijzonder ruim omschreven. Het gaat in essentie om software, waaronder een website of mobiele toepassing, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers met andere gebruikers in verbinding kunnen worden gebracht voor het verrichten van een relevante activiteit.

Voor verzamelaars zijn gespecialiseerde en algemene verkoopplatformen zoals Cardmarket, eBay, Vinted, Catawiki, CardTrader en Whatnot voor de hand liggende voorbeelden. Ook via andere, al dan niet gespecialiseerde marktplaatsen worden verzamelkaarten verhandeld. Of een concreet platform onder de DAC7-rapportageverplichtingen valt, moet evenwel worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke definitie en de concrete werking van het platform.

Cardmarket, CardTrader en Whatnot zijn in deze context bijzonder relevant. deze platformen zijn gespecialiseerd in trading card games en worden op grote schaal gebruikt voor de handel in onder meer Pokémon, Magic: The Gathering en Yu-Gi-Oh!.

Niet iedere digitale dienst valt evenwel automatisch onder DAC7. Software die uitsluitend betalingen verwerkt, advertenties aanbiedt of gebruikers doorverwijst, is in beginsel uitgesloten. Bij klassieke zoekertjessites of bepaalde vormen van Facebook Marketplace moet daarom naar de concrete werking van het platform worden gekeken.

Doorslaggevend is niet welke naam een website zichzelf geeft, maar welke rol zij daadwerkelijk speelt bij het tot stand brengen van de verkoop.

3. De grens van 30 verkopen en 2.000 euro

Voor de verkoop van goederen bevat DAC7 een belangrijke uitzondering voor kleine, occasionele verkopers.

Een verkoper is van rapportering uitgesloten wanneer het platform tijdens de betrokken rapporteringsperiode minder dan 30 relevante verkopen heeft gefaciliteerd én het totale bedrag van de ontvangen of gecrediteerde tegenprestaties niet hoger is dan 2.000 euro.

Beide voorwaarden moeten cumulatief vervuld zijn.

Iemand die 29 verkopen verricht voor in totaal 1.900 euro, valt dus in beginsel onder de uitzondering. Wie daarentegen vijf kaarten verkoopt voor in totaal 5.000 euro voldoet niet aan de tweede voorwaarde. Ook iemand die 30 verkopen verricht voor slechts 500 euro voldoet niet aan de eerste voorwaarde.

Voor een actieve Cardmarket-gebruiker is 30 verkopen geen bijzonder hoge grens. Wie regelmatig losse kaarten, sets of sealed producten verkoopt, kan die grens relatief snel bereiken.

Belangrijk is vooral dat de grens van 2.000 euro geen fiscale vrijstelling vormt. Hetzelfde geldt voor de grens van 30 verkopen. Het zijn criteria voor de DAC7-rapportering, niet voor de belastbaarheid van de inkomsten.

4. Welke informatie ontvangt de fiscus?

De omvang van de DAC7-rapportering wordt soms onderschat. Het platform meldt niet eenvoudigweg dat iemand een account bezit of actief is op Cardmarket.

Voor een rapporteerbare natuurlijke persoon kan de rapportering onder meer betrekking hebben op

  • de naam;

  • het hoofdadres;

  • het fiscaal identificatienummer;

  • de geboortedatum, en, indien beschikbaar

  • het btw-identificatienummer.

Daarnaast wordt ook informatie over de activiteit zelf gerapporteerd. De fiscus kan onder meer

  • het totale bedrag van de ontvangen of gecrediteerde tegenprestaties per kwartaal;

  • het aantal relevante activiteiten per kwartaal;

  • de door het platform ingehouden of aangerekende commissies;

  • ontvangen vergoedingen en betaalde belastingen.

Bijzonder relevant is bovendien de identificatie van de financiële rekening waarop de tegenprestatie wordt betaald of gecrediteerd. Wanneer deze informatie beschikbaar is voor de platformexploitant en aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, maakt ook die financiële identificatie deel uit van de DAC7-rapportering.

Wanneer de houder van die rekening een andere persoon is dan de verkoper, kan onder de voorwaarden van DAC7 eveneens informatie over die rekeninghouder worden gerapporteerd.

De administratie kan daardoor een vrij gedetailleerd beeld krijgen van de omvang en frequentie van de onlineverkopen.

De rapportering gebeurt in beginsel uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op de rapporteringsperiode. Voor verkopen gedurende een bepaald kalenderjaar ontstaat dus reeds kort na het einde van dat jaar een gestructureerde fiscale gegevensstroom.

5. Wat als u via verschillende platformen verkoopt?

Veel verzamelaars beperken zich niet tot één verkoopkanaal. Een verzameling kan bijvoorbeeld gedeeltelijk via Cardmarket worden verkocht, terwijl enkele waardevolle kaarten via eBay of Catawiki worden aangeboden en kleinere stukken via Vinted worden verkocht.

De fiscale werkelijkheid beperkt zich uiteraard niet tot één account of één website.

Wanneer verschillende rapporterende platformexploitanten gegevens over dezelfde belastingplichtige rapporteren, kan de belastingadministratie bijgevolg informatie uit verschillende bronnen over dezelfde persoon ontvangen.

Het spreiden van verkopen over verschillende platformen betekent daarom niet dat de globale verkoopactiviteit noodzakelijk buiten beeld blijft.

6. Banken en het CAP als bijkomende informatiebron

DAC7 is niet de enige manier waarop de handel in verzamelkaarten zichtbaar kan worden. Ook de financiële geldstromen die met de verkopen gepaard gaan, kunnen relevant zijn.

Daarbij moet vooraf een belangrijk onderscheid worden gemaakt. Een controle of vraag van een bank, een eventuele melding aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) en een fiscaal onderzoek zijn drie verschillende mechanismen. Een bank die vragen stelt over een betaling geeft die informatie niet daardoor automatisch door aan de fiscus. Ook een eventuele CFI-melding betekent niet dat het dossier automatisch bij de belastingadministratie terechtkomt.

Dat neemt niet weg dat omvangrijke of moeilijk verklaarbare financiële stromen een bijkomend aandachtspunt kunnen vormen.

6.1. Banken en ongebruikelijke geldstromen

Wie voor aanzienlijke bedragen kaarten verkoopt, ontvangt de opbrengsten uiteindelijk vaak op een bank- of betaalrekening.

Banken zijn onderworpen aan uitgebreide verplichtingen inzake cliëntenonderzoek en de bestrijding van witwassen. Zij moeten hun cliënten kennen en toezicht uitoefenen op de zakelijke relatie. Transacties die niet lijken overeen te stemmen met het gekende profiel van de cliënt kunnen daarom aanleiding geven tot bijkomende vragen.

Een particulier die plots of structureel aanzienlijke bedragen ontvangt die verband houden met de verkoop van verzamelkaarten, kan bijvoorbeeld worden gevraagd om de oorsprong en economische achtergrond van die bedragen te verduidelijken.

De bank kan daarbij onder meer vragen naar verkoopoverzichten, platformhistorieken, betalingsbewijzen, aankoopdocumenten of andere stukken waaruit blijkt waar de verkochte kaarten vandaan komen.

Wanneer een kredietinstelling feiten of verrichtingen vaststelt waarvan zij weet, vermoedt of redelijke gronden heeft om te vermoeden dat zij verband houden met witwassen of de financiering van terrorisme, kan de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme aanleiding geven tot een melding aan de CFI.

Een hoog verkoopbedrag is daarvoor op zichzelf uiteraard niet voldoende. De concrete verrichtingen en omstandigheden zijn bepalend.

6.2. Van de CFI naar de fiscus?

Een melding aan de CFI mag niet worden gelijkgesteld met een fiscale melding.

De CFI analyseert de ontvangen informatie binnen het kader van de antiwitwaswetgeving. Slechts wanneer de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld, kan informatie vervolgens overeenkomstig de toepasselijke regels verder worden behandeld of meegedeeld.

Er bestaat dus geen automatische keten waarbij een grote betaling leidt tot een bankmelding, vervolgens tot een CFI-dossier en uiteindelijk tot een fiscale controle.

Voor een verkoper blijft het bancaire spoor niettemin relevant. Los van DAC7 kunnen aanzienlijke of atypische geldstromen immers vragen doen ontstaan over de oorsprong en aard van de ontvangen bedragen.

6.3. Het Centraal Aanspreekpunt

Daarnaast bestaat in België het Centraal Aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP), dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd.

Het CAP centraliseert gegevens over Belgische bank- en betaalrekeningen en bepaalde financiële contracten. Ook informatie over buitenlandse rekeningen die door Belgische rijksinwoners wordt meegedeeld, wordt erin opgenomen.

Sinds de uitbreiding van het CAP wordt bovendien bepaalde financiële informatie periodiek meegedeeld, waaronder de saldi van bank- en betaalrekeningen op 30 juni en 31 december en bepaalde geglobaliseerde bedragen met betrekking tot financiële contracten.

Het CAP bevat evenwel niet zonder meer een overzicht van iedere afzonderlijke Cardmarket-betaling die op een bankrekening binnenkomt. Evenmin kan iedere belastingambtenaar vrij de financiële gegevens van iedere belastingplichtige raadplegen. De toegang tot het CAP is wettelijk geregeld en kan slechts door bevoegde informatiegerechtigden en binnen de toepasselijke wettelijke voorwaarden worden uitgeoefend.

Het belang van het CAP ligt dan ook vooral in de bredere evolutie die het illustreert: financiële informatie wordt steeds meer gestructureerd en gecentraliseerd en kan, wanneer de wettelijke voorwaarden daarvoor zijn vervuld, in een fiscaal onderzoek worden betrokken.

7. Datamining en fiscale risicoselectie

Het belang van DAC7 ligt niet alleen in de hoeveelheid informatie die wordt gerapporteerd, maar ook in de vorm waarin die informatie beschikbaar wordt.

Het gaat om gestructureerde digitale gegevens. Daardoor kan informatie over grote aantallen belastingplichtigen technisch worden verwerkt, geselecteerd en met andere beschikbare gegevens worden vergeleken.

Dat maakt DAC7 bijzonder geschikt voor datamining en fiscale risicoanalyse.

De belastingadministratie hoeft daarbij niet noodzakelijk vooraf te weten dat een bepaalde persoon Pokémon- of Magic-kaarten verkoopt. De beschikbare data kunnen zelf aanleiding geven tot de selectie van dossiers waarin nader onderzoek aangewezen lijkt.

Een verkoper kan bijvoorbeeld gedurende verschillende opeenvolgende jaren aanzienlijke verkoopbedragen realiseren, ieder kwartaal zeer veel transacties verrichten of op verschillende digitale platformen actief zijn.

Geen van die elementen bewijst op zichzelf dat sprake is van belastbare inkomsten. Een verzamelaar die een omvangrijke collectie liquideert, kan immers eveneens honderden afzonderlijke verkopen verrichten.

Het patroon kan voor de administratie wel een reden vormen om bijkomende informatie te vragen.

Dat wordt nog relevanter wanneer platformgegevens kunnen worden vergeleken met andere informatie waarover de administratie beschikt. Een structurele en omvangrijke verkoopactiviteit kan bijvoorbeeld vragen oproepen wanneer in het fiscale dossier geen daarmee overeenstemmende beroepsactiviteit voorkomt.

Hier moet wel een onderscheid worden gemaakt tussen wat vaststaat en wat slechts kan worden verondersteld.

Dat DAC7 gestructureerde informatie oplevert die automatisch tussen belastingadministraties wordt uitgewisseld, staat vast. Dat dergelijke informatie technisch geschikt is voor geautomatiseerde verwerking en risicoanalyse eveneens.

Daaruit kan echter niet zonder bijkomend bewijs worden geconcludeerd dat de Belgische fiscus vandaag een specifiek algoritme hanteert waarmee bijvoorbeeld automatisch “verdachte Cardmarket-verkopers” worden geselecteerd. Voor een dergelijke specifieke bewering bestaat onvoldoende publiek bewijs.

8. Hoe begint een fiscale controle in de praktijk?

De informatie waarover de fiscus beschikt, hoeft niet onmiddellijk te bewijzen dat belasting verschuldigd is. Zij kan eenvoudigweg aanleiding geven tot verdere vragen.

Stel bijvoorbeeld dat uit DAC7-gegevens blijkt dat een Belgische belastingplichtige gedurende een jaar voor 75.000 euro aan verzamelkaarten heeft verkocht.

Dat bedrag zegt op zichzelf bijzonder weinig over de fiscale behandeling.

Het kan gaan om iemand die een gedurende twintig jaar opgebouwde Pokémoncollectie verkoopt. Het kan evengoed gaan om iemand die wekelijks kaarten en sealed producten aankoopt met de bedoeling deze op korte termijn met winst door te verkopen.

Voor de administratie kan het gerapporteerde bedrag wel aanleiding zijn om de situatie nader te onderzoeken.

Een eerste concrete stap kan bestaan uit een vraag om inlichtingen. De administratie kan daarbij bijvoorbeeld vragen welke goederen werden verkocht, via welke platformen dat gebeurde, wanneer de kaarten oorspronkelijk werden verkregen, hoeveel ervoor werd betaald en of tijdens dezelfde periode ook systematisch nieuwe kaarten werden aangekocht.

Ook de frequentie van de transacties en de wijze waarop de verkoopactiviteit is georganiseerd kunnen relevant zijn.

Op dat ogenblik wordt het verschil tussen omzet en winst bijzonder belangrijk.

Een DAC7-rapport waaruit blijkt dat iemand 50.000 euro heeft ontvangen, toont niet aan dat die persoon 50.000 euro winst heeft gemaakt.

Wie kaarten voor 50.000 euro verkoopt die eerder voor 45.000 euro werden aangekocht, bevindt zich economisch in een volledig andere situatie dan iemand die voor 50.000 euro verkoopt wat ooit voor 5.000 euro werd verworven.

DAC7 geeft de administratie met andere woorden een zicht op bepaalde transacties en bedragen, maar vertelt op zichzelf niet het volledige fiscale verhaal achter die cijfers.

9. DAC7-rapportering betekent nog geen belastbaarheid

Dit onderscheid is fundamenteel.

DAC7 is een rapporteringsregeling. Het is geen belasting.

De informatie die de fiscus via DAC7 ontvangt, kan aanleiding geven tot een onderzoek. Vervolgens moet echter nog worden bepaald hoe de betrokken verkopen fiscaal moeten worden gekwalificeerd.

In de personenbelasting zijn in essentie drie situaties mogelijk.

De verkoop kan behoren tot het normale beheer van het privévermogen. Dat zal bijvoorbeeld doorgaans verdedigbaar zijn wanneer iemand een jarenlang opgebouwde privécollectie verkoopt.

Wanneer transacties buiten het normale beheer van privévermogen vallen zonder dat sprake is van een eigenlijke beroepsactiviteit, kan artikel 90, 1° WIB 92 toepassing vinden. De daaruit voortvloeiende diverse inkomsten worden in beginsel belast tegen 33%, verhoogd met gemeentebelasting.

Wanneer de verkoopactiviteit daarentegen voldoende frequent, georganiseerd en duurzaam is, kan zij als een beroepsactiviteit worden beschouwd. In dat geval kunnen de progressieve tarieven van de personenbelasting, sociale bijdragen en eventueel btw-verplichtingen in beeld komen.

Er bestaat geen wettelijke regel volgens welke een bepaald aantal Cardmarket-transacties of een bepaalde jaarlijkse omzet automatisch tot beroepsinkomsten leidt. De beoordeling blijft steeds feitelijk.

De vraag hoe de fiscus uw verkopen ontdekt, moet dus duidelijk worden onderscheiden van de vraag of die verkopen uiteindelijk belastbaar zijn. Die tweede vraag hangt af van de concrete wijze waarop de collectie werd opgebouwd en verkocht. We behandelen die analyse uitgebreid in ons afzonderlijke artikel “Pokémon, Yu-Gi-Oh! en Magic-kaarten verkopen: moet u belasting betalen?”

10. Wat doet u wanneer de fiscus vragen stelt?

Wanneer de fiscus vragen stelt over verkopen via Cardmarket, eBay of een ander platform, is het belangrijk eerst te reconstrueren wat precies achter de gerapporteerde bedragen zit.

Vooral bij verzamelingen die gedurende vele jaren zijn opgebouwd, is dat niet altijd eenvoudig.

Bewaar daarom zoveel mogelijk aankoopfacturen, betalingsbewijzen, historische platformgegevens, screenshots, ruilhistorieken, grading-certificaten, verzendgegevens en oude foto's of inventarissen van de collectie.

Een klassieke aankoopfactuur zal voor een Pokémonkaart die twintig jaar geleden werd gekocht uiteraard niet altijd beschikbaar zijn. Dat betekent niet dat de herkomst van de kaart niet op andere manieren kan worden aangetoond.

Ook oude foto's, e-mails, platformhistorieken, bankuittreksels, gradinggegevens en andere consistente stukken kunnen relevant zijn om de geschiedenis van een collectie te reconstrueren.

Maak waar mogelijk bovendien een onderscheid tussen kaarten die deel uitmaken van een privécollectie en kaarten die specifiek met het oog op doorverkoop werden aangekocht.

Dat onderscheid kan doorslaggevend zijn wanneer later discussie ontstaat over de fiscale kwalificatie.

Wie reeds een vraag om inlichtingen heeft ontvangen, doet er goed aan niet overhaast uitsluitend vanuit het door de fiscus vermelde verkoopbedrag te antwoorden. Eerst moet worden nagegaan welke transacties in dat bedrag zitten, wat de herkomst van de verkochte kaarten is, welke aanschaffingswaarden kunnen worden aangetoond en welke bewijsstukken beschikbaar zijn.

Wees daarbij bijzonder voorzichtig met de informatie die je aan de fiscus verstrekt. Een eenmaal gegeven feitelijke verklaring kan later moeilijk worden genuanceerd of teruggenomen en kan door de administratie tegen je worden gebruikt. Ook antwoorden die met ChatGPT of een andere AI-toepassing worden opgesteld, zijn niet altijd juridisch correct of afgestemd op de concrete feiten van het dossier. Ze kunnen bovendien onbedoeld formuleringen, kwalificaties of veronderstellingen bevatten die de fiscus nadien als een erkenning beschouwt. Laat een ontwerpantwoord daarom bij voorkeur vooraf controleren voordat je het indient.

Conclusie

Onlinehandel in verzamelkaarten is voor de belastingadministratie aanzienlijk zichtbaarder geworden.

Via DAC7 kunnen platformexploitanten gegevens rapporteren over de identiteit van verkopers, het aantal transacties en de ontvangen bedragen. Die informatie kan automatisch tussen Europese belastingadministraties worden uitgewisseld.

Daarnaast laat de verkoop van kaarten ook een financieel spoor na. Banken kunnen vragen stellen over omvangrijke of atypische geldstromen en via het CAP is steeds meer financiële informatie gecentraliseerd die, onder de wettelijke voorwaarden, door bevoegde instanties kan worden geraadpleegd.

De gestructureerde aard van DAC7-gegevens maakt bovendien efficiënte verwerking en fiscale risicoanalyse mogelijk. De fiscus hoeft daardoor niet noodzakelijk eerst zelf te ontdekken dat iemand actief kaarten verkoopt voordat een dossier in beeld kan komen.

Dat alles verandert echter niets aan één fundamenteel uitgangspunt: zichtbaarheid is niet hetzelfde als belastbaarheid.

Dat de fiscus weet dat iemand voor 50.000 euro Pokémon-, Magic- of Yu-Gi-Oh!-kaarten heeft verkocht, betekent nog niet dat 50.000 euro belastbaar inkomen werd gerealiseerd. De oorsprong van de kaarten, de aanschaffingsprijs, de duur van het bezit, de bedoeling bij aankoop en de aard en organisatie van de verkoopactiviteit blijven essentieel.

Wie regelmatig of voor aanzienlijke bedragen verzamelkaarten verkoopt, doet er daarom goed aan zijn aankoop- en verkoophistoriek tijdig te documenteren. Wachten tot de fiscus om uitleg vraagt, maakt een correcte reconstructie vaak aanzienlijk moeilijker.

Auteur: Senne Verholle

ARX Aurum is een fiscaal kantoor gespecialiseerd in beleggingsfiscaliteit, met bijzondere expertise in verzamelobjecten zoals Pokémon-, Yu-Gi-Oh!- en Magic: The Gathering-kaarten. Wij hebben reeds talrijke verzamelaars en beleggers bijgestaan bij fiscale controles en discussies met de belastingadministratie.

Heb je een vraag om inlichtingen, een bericht van wijziging of een ander schrijven van de fiscus ontvangen? Neem dan gerust contact met ons op. Wij plannen graag een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek in om je situatie en de mogelijke vervolgstappen te bespreken.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page